WAT HEB IK ZOAL MEEGEMAAKT
VANAF MIJN GEBOORTE OP 13 FEBRUARI 1919
TOT HEDEN mei 2010 en DAARNA

Tja, als baby kun je je niets herinneren van wat er allemaal om je heen gebeurt. Maar een jaartje of zo verder kom je tot het besef dat je een Alberti bent met pracht van ouders; vader Willem, Pieter, Adriaan Alberti (* 2 juli 1887 † 10 januari 1972) en moeder Petronella, Francisca, Elvira Hilgers (* 8 juni 1895 † 10januari 1960).
De Alberti’s terug te traceren tot Florence in Italië (waar o.a. te bewonderen valt een standbeeld van de bouwmeester León Battista Alberti) en van lieverlede uitzwermend over de hele wereld, Europa, o.a. richting Duitsland, waar de huidige Nederduits Hervormde Tak afkomstig uit Emmerich, o.a. zich in De Nederlanden nestelde en zich tot de welgestelden kon rekenen, o.a. met heel wat predikanten (Zaandijk, Zierikzee, Amsterdam etc. in de 18de eeuw) maar ook een burgemeester van Krommenie.

Grootvader W.P.A. Alberti was naar "De Oost" getogen om daar zijn geluk te vinden in het beheren van grote Plantages, zijn bruid uit Holland liet overkomen en een groot gezin te stichten, waar ik uiteindelijk de enige mannelijke nazaat van ben in rechte lijn maar wel gezorgd heb voor drie mannelijke Alberti’s t.w. Max, Willem en Randolph alsmede twee meisjes Nell en Sandra. Max heeft gezorgd voor een kleinzoon Maxim (en diens zusje Pascale) ; Nelleke met dochter Gila Polak en zoon Rutger van den Berg ; Sandra en Harry Gieben met dochter Joëlle Gieben; Willem en Addy Hoeckx met zoon Mark Alberti die met Esther Nijs gezorgd heeft voor achterkleinzoon XAM ALBERTI
\\ de eerste achterkleinzoon en mettertijd, als het zijn beurt is Stamhoofd Alberti ;
omstreeks in de vierde generatie na nu. En de jongste zoon Randolph
heeft met Yolanda Kooimans de kleinkinderen Sabrina, Jeffrey en Gabriëlla
voortgebracht.
De Hilgers, ook planter, méér dan welgesteld ! Zo doet het verhaal in de familie de ronde, dat als het gezin op verlof ging dit altijd werd doorgebracht in Parijs waar opa Hilgers mooi weer speelde en niet schroomde om demonstratief zijn sigaar met een aan een kaars aangestoken opgerold briefje van 100 aan te steken. Enkele van zijn zoons, die in Europa hadden gestudeerd, waren ook meer dan bekend, zo niet beroemd. Oom Chris was een succesvol geoloog die o.a. de rijke olievelden bij Palembang op Sumatra had helpen ontdekken. En Oom Johan Hilgers, die in parijs vliegtuigbouw had gestudeerd, werd beroemd door als eerste boven Nederland te vliegen. (Lees meer over hem op internet; bij Ede is een monument voor hem geplaatst)

Oom jan heeft mij heel veel over de vliegerij verteld toen ik op 14-jarige op het Christelijk Lyceum in Bandoeng zat en elk vrij momentje bij hem te gast kwam op het vliegveld Andir waar hij vlieginstructeur en hoofd technische dienst was. Ik mocht toen ook "vliegen" in het door hem gebouwde katapult-glijvliegtuig. "Later" wilde ik niets liever dan ook vliegenier worden, logisch toch.
Dat "later" is ietsje anders gelopen maar beslist ook niet oninteressant.
Zo terug kijkend moet ik per saldo toch wel concluderen een goed leventje te hebben mogen leiden. Natuurlijk met dieptepunten, nou ja, meest "ondiepe" waaruit je met te verwaarlozen moeite al wadend je weer op het droge kon werken en "slechts" één enorm dieptepunt, waarbij het mij, tot op heden, nog steeds niet is gelukt er geheel bovenop te komen. Het plotselinge, onverwachte verscheiden van mijn "Liefje" op 16 mei 1998, na een gelukkig huwelijks-samenzijn van ruim 54 jaren. Lees meer hierover op
16 mei 1998 het begin van het thans
Adriënne, Jeanne, van geboorte "Zeemeijer", een mooie zeer charmante verschijning, heerlijke minnares, uitstekende, gestrenge moeder- opvoedster, zeer nauwgezette regelaarster voor feesten en professionele recepties, met als hobby het leren en behalen van diploma’s en certificaten voor vele Romaanse talen, Frans, Italiaans, Spaans, Portugees. Haar dagboek schreef ze elke dag in een andere taal, en op onze vakanties ondervonden we het voordeel van het communiceren in de plaatselijke talen, leuke contacten in de winkels en eethuisjes met bijzondere "kortingen", ja, ja ! Adriënne heb ik leren kennen in Cheribon. Ik was toen, 2de Luitenant Sectiecommandant belast met de kustbewaking aldaar. Adriënne was vrijwillig "truck-chaufeur" van V.A.C. (Vrouwen Auto Corps) belast met het verplaatsingstransport van goederen en personen in oorlogstijd. Omdat er steeds zo’n truck "te hard" door mijn bewakingsgebied reed, heb ik de chauffeur laten aanhouden en voorgeleiden ter correctie. En die chauffeur bleek toen een tengere, bloedmooie in witte overall gestoken vrouwspersoon te zijn, met wie ik, zo is het gegaan, na de oorlog tenslotte m’n verdere leven mocht delen.

Dat ik toen al bevorderd werd van cadet-vaandrig tot 2de Luitenant, komt door een vervroegde benoeming wegens het uitbreken van de oorlog tegen Japan. Na de HBS wilde ik in Delft studeren om ingenieur te worden; dit op aanraden van een oom van mij, Ir., die mij aanspoorde om ook in Delft te studeren "moet je doen, Wim, je kunt zo goed leren". En dat werd toen mijn voornemen, vliegtuigbouw-techniek èn vliegen, een uitstekende combinatie, leek me ! Maar het uitbreken van de oorlog heeft anders beschikt. Ik moest mijn militie-plicht vervullen, werd na vlotte bevorderingen (15/7’39: militie soldaat; 15/9 brigadier; 15/11 sergeant; 15/5’40: adjudant; reserve vaandrig ) ; benadert door Defensie om aan de KMA-Bandoeng (wegens de bezetting van Nederland werd KMA-Breda voor de opleiding van beroepsofficieren naar Nederlandsch Indië verplaatst) , opgeleid te worden tot beroepsofficier; heb hierop vlot gereageerd en werd toen Cadet-vaandrig, met, normaal gesproken nog 2 jaren opleiding voor de boeg om beroepsofficier te worden.

De rode pijl wijst naar Cadet-Vaandrig W.P.A.Alberti
Mijn eerste bestemming was, zoals hiervoor al aangegeven, bewaking van de kustlijn bij Cheribon. Daarna werd mijn Onderdeel verplaatst naar Rangkasbitoeng –helemaal in het westen van Java- met de opdracht brugbewaking (verkeersbrug) en deze d.m.v. reeds aangebrachte springladingen te vernietigen bij nadering van in de uiterste westkust van Java mogelijk gelande vijand (zoals werd verwacht). Daar ervoer ik mijn eerste werkelijke oorlogs-gevechtservaring. Een heftige episode. Van mijn verkenningspatrouilles in het voorland kreeg ik op een bepaald moment geen berichten meer door, wat ik al verdacht vond. Op een gegeven moment meldde mijn observatiepost bij de brug dat er een kolonne –kennelijk- Engelse grote zandkleurig gecamoufleerde voertuigen naderde. Met m’n veldkijker ging ik poolshoogte nemen en constateerde –met schrik- dat bij de Engelse bestuurder van de voorste truck een bajonet op geweer in zijn nek gericht was. Die japanners hadden kennelijk die engelse colonne overmeesterd en nu gebruikt om ons om de tuin te leiden. Ik schreeuwde toen onmiddellijk naar de sergeant, belast met de detonatie, "!! Laat de brug springen !!!" waarop de sergeant terug schreeuwde "ja maar luit..dat zijn engelsen !!!" ; met een paar stevige vloeken schreeuwde ik "!!!!! DROMMELS !!!! laat springen die boel!!! NU !!! en aldus geschiedde!! Maar intussen waren er al twee trucks over de brug plus een Japanse gevechtstank op de brug. Deze laatste verdween in de diepte toen de brug ineen stortte, en uit de trucks sprongen jappen met hun geweer op de heup al schietend en trachtend dekking te zoeken tegen het mitrailleurvuur van ons. Er kwamen ook een viertal jappen op mijn commandopost af waar ik zo diep mogelijk naar de grond hurkend (ik wist dat als je al rennend met het geweer op de heup schietend de kogels over je heen geschoten worden) om op het moment dat ze op een tiental meters waren genaderd zuiver gerichte schoten uit mijn "miezerig" klein kaliber pistooltje af te vuren, maar wel met het resultaat dat ik ze kon uitschakelen. Mij oprichtend zag ik jappen naar de rivierbedding "vluchten". Vanaf de overkant werd er heftig gevuurd. Ik kon geen contact krijgen met mijn manschappen, vreemd. Mij omzichtig verplaatsend om poolshoogte te nemen, bleek dat mijn troepen waren verdwenen. Vele vele uren later (het was me gelukt om een op het terrein staand zeer oud peugeaotje aan de praat te krijgen waarmee ik me naar het achterland spoedde) werd ik opgewacht door mijn troepen, waar de bevelvoerende adjudant (mijn tweede man) mij vol verbazing èn ontzag begroette met de woorden "hé luit. U leeft nog ! we dachten dat U gesneuveld was en hebben toen besloten, ingevolge onze opdrachtstaak, ons ná het springen van de brug terug te trekken naar de achterliggende stelling." Nou ja, het zij zo. Goed; daarna was het kort vechten tegen de inmiddels oprukkende vijand, en op tijd je terugtrekken; niet zonder kleerscheuren; de jap had lichte bommenwerpers ingezet waarmee ze ons heftig bombardeerden en beschoten. Steeds weer een verschrikkelijk gezicht, die uiteen gereten lijken en van pijn schreeuwende gewonden, vele met afgerukte ledematen etc. etc. Ik zelf ben daarbij ten tweede male de dans ontsprongen, toen, uit blikjesvoeding mijn middagmaaltje nuttigend, en weer zo’n verd vliegtuig bezig was z’n bommen af te werpen waarvan er één precies terecht kwam op de plek waar ik dacht rustig te kunnen eten Maar op tijd wist ik met een snoeksprong in een kuil op het erf te duiken. Je moet maar –voor de tweede keer! ook- geluk hebben
Daarna kreeg mijn onderdeel de opdracht om een z.g. opnamestelling te betrekken op de verkeersweg Batavia – Weltevreden om terugtrekkende troepen uit Batavia, welke plaats tot open-stad was verklaard, op te vangen En kort daarna kregen we de opdracht ons naar Bandoeng te verplaatsen om aldaar in krijgsgevangenschap te gaan. Het KNIL was gecapituleerd, onze oorlog was afgelopen.
Over de krijgsgevangentijd is ook heel wat te vertellen, een dik geschrift vol. Alleen dit. Ook daar was ik niet klein te krijgen. Kon zeer goed op de been en gezond blijven (ondanks het ontiegelijk zware slavenwerk – ook als officier was je –met gedwongen afgerukte sterren- gewoon galeislaaf – Die jappen trokken zich niets aan van de Conventie van Genève)
Ik was in het kamp stoker voor de vuurgangen in de kampkeuken voor de bereiding van rijstepap, waarvoor we met z’n tweeën over zo’n 150 m. 200 Lt. drums van de put naar de keuken sjouwden - wat dat sterke lichaam makkelijk kon hebben, maar vandaar die handicap op oudere leeftijd, nu, met een ineen gedrukte wervelkolom, wegens afgeklemde zenuwen lamme onderbenen en lamme rechterarm...Maar..Behalve het op slinkse wijze ‘s nachts uit de aangrenzende Japanse keuken jatten van vis en groenten ook het geregeld drinken van ossenbloed, opgevangen uit de doorgesneden keel van het alzo geslachte rundvee, was ik ook bedreven in het vangen van sprinkhanen, uitgraven van tjatjings (vette regenwormen), larven en vangen van slangen, heerlijk aan het spit geroosterd en weggesmuld. Deze bedrevenheid had ik mij toegeëigend in mijn padvinderstijd, toen in
Bandjermasin, waarbij je ook z.g. overlevingstechnieken werden bijgebracht.
13 jaar oud, avontuurlijk, met mijn Dajakprauw {een uit een
hardhouten boomstam uitgeholde kano) –op m’n verjaardag
gekregen- alle riviertjes afpeddelend om naar de
slijkspringers te kijken; naar het apeneiland varend (niet
ongevaarlijk avontuur overigens; de Barito rivierdelta was meer dan
een kilometer breed) om de apen te bewonderen en bij de
getijwisseling te luisteren naar het zingen van de rivier,
een brommend geluid veroorzaakt door het over elkaa rschuiven van het
zoute zeewater onder het zoete rivierwater.
Voor de tweede
keer verliefd zijn; op Joke Charteris, klasgenote in de 7de
klas. Van mijn moeder leren tennissen, koken, water zuiveren (regenwater
werd opgevangen in een hele grote betonnen reservoir en moest voor
consumptie worden gezeefd en gekookt, een heel proces). En ondanks al die
buitenschoolse bezigheden ging het leren echt wel van een leien dakje, en
ondanks de betrekkelijk kort op elkaar volgende schoolwisselingen. wegens de
overplaatsingen van Paps van de ene naar de volgende havenplaats.
Hiervoor woonden we in Makassar vanaf 7 dec.1929 tot 27 apr. 1932. Daar had ik ook een avontuurlijke jeugd. Vechtvliegeren (met zelf gemaakte vliegers en geprepareerd snijtouw =vliegertouw gedrenkt in beenderlijm vermengd met glaspoeder en in de zon gedroogd-) teneinde bij het vechtvliegeren het touw van een tegenstander middels handige en slimme vliegertechnieken door te snijden. Ook genieten van tropische onderwater flora en fauna –helder water en grote diepten bij de kust van Makassar. Op school altijd in de pauze knikkeren (in het zand werd een kop-staart figuur getekend en op de staart legden de knikkeraars elk eenzelfde aantal knikkers en hij mocht beginnen die zijn shotknikker het verst had gegooid. De bedoeling was om een knikker weg te knikkeren zo dicht mogelijk bij de kop. Alle knikkers naar het eind van de staart waren dan gewonnen. Van het begin af was er een slungel van een jongen, een kop groter dan ik, die op grove manier met losse handjes de baas speelde. En dat brak mij zodanig op dat ik dacht wacht maar ! Ik ging toen kracht-trainen (optrekken, rekstok, ringen etc.) en mocht van vader les nemen in vechtkunst : Javaanse vechtkunst pentjak om verdedigings- en aanvalstechnieken te beoefenen en je reactievermogen op te voeren. En dat had na een paar maanden een goed resultaat...nu luisterden alle vrindjes naar de gerespecteerde Alberti. In Makassar paradeerde ik op mijn Gazellefiets,[ die ik op mijn 10de verjaardag in Den Haag had gekregen en waarop ik met vader en een neef van hem fietstochten door Nederland hadden gemaakt, bij de boer overnachtten, waar ik strijk en zet in de slootjes ging vissen op baarsjes en zo, althans aan de haak te krijgen, een vishaak gemaakt van een krom gebogen speld.] en het meisje Marietje (mijn eerste verliefdheid !) tegenkomend op de pedalen ging staan en haar luid toeriep "Hou...doe...joe...doe !" STOER HÈ !!!!!!!

Uit dat verblijf van een jaar in Den Haag draag ik nog steeds die nostalgische stedelijke winterlucht van schoorsteen-steenkool-lucht...toen nog verre van bestempeld als "luchtvervuiling"; die lucht hoorde bij Sinterklaas, Kerstmis, sneeuw Leuk wandelen met moeder en zusjes door de stad, de Vijverberg, Gevangenpoort etc. Van de eerste keer in Den Haag weet ik Ik niets, was toen 2 jr.8 mnd. Heb wel een fotootje waarop wij te zien zijn de jongste, goed warm gekleed met wollen muts zittend op het gras in het Haagsche Bos en vader zeer elegant poserend modieus gekleed met rietenhoed en macho dunbamboe wandelstokje. (maar helaas kan ik die foto niet meer vinden)
Op m’n 14de in Bandjermasin, na met goed gevolg geslaagd te zijn voor de Hogere Burgerschool, werd ik aan boord gebracht van het KPN-schip om de anderhalveweekse bootreis naar Soerabaja te maken, een dag bij een zus van Paps (zo spraken wij vader aan en moeder was Mams –het aanspreken wel in de U-vorm !) om met de Ééndaagse (zoals de sneltrein vanuit Soerabaja naar Batavia werd genoemd) de verdere reis naar Bandoeng te maken om , ondergebracht op het christelijk pensionaat van ds. Wielinga, op het Christelijk Lyceum school te gaan. Maar eerst een dagje tussenstop, logeren in Garoet bij Oma Garoet (stiefoma –– Opa was al gestorven) Garoet, een heerlijk bergplaatsje, waar ik kon genieten in het bergzwembad, gevuld met zuiver helder bergwater, en onder de koele bergcascades (pantjoerans) kon staan genieten.
Normaal was, dat je op het internaat met z’n achten op zaal sliep. Maar kennelijk werd ik na enkele maanden geschikt bevonden om een eigen apart kamertje in de bijgebouwen te krijgen. Dat kwam heel goed uit; toen kon ik ongestoord genieten van mijn zes witte muisjes. Jammer en verdrietig dat een paar onverlaten m’n kamerdeur open hadden laten staan nadat ze het muizenkooitje hadden opengezet, Foetsie al die schattige roodneuzige troeteldiertjes.
Het door "tante Wielinga" bereide eten was in elk geval gezond en eetbaar. ’s-Morgens een stevig bord pap – havermout bijvoorbeeld-waarvoor je, om het op te lepelen eerst een bijtel en hamer nodig had.
Wat kwajongensstreken...nou zo’n lieverdje was ik nou ook weer niet...bijvoorbeeld met twee kameraad-avonturiers, ’s-nachts over de erfmuur klimmen (niet ongevaarlijk hoor – de huiserven in de tropen waren ommuurd met aan de bovenkant ingemetselde glasscherven om dieven af te schrikken - voor ons geen probleem met een dik tapijt erover -) om een schat van een meiske dat straat-afwaarts woonde een aubade te brengen en door haar onthaald te worden op koekjes en een glas siroop. Dat lukte overigens maar een keer of twee. Op een na-avond terug klimmend na het avontuur zaten daar op de stoep, met een warme deken om zich heen de dominee en tante Wiel ons op te wachten - - - -straf, één dag alleen water en brood (jullie hebben toch al genoeg snoep gehad bij Jeannetje) en vijf keer achtereen het opdreunen van alle boeken van het Oude Testament (weet ik zelfs nu nog bijna feilloos op te dreunen !) – maar gelukkig voor mij geen ontzetting uit m’n kamertje alleen, slechts een waarschuwing "Als je weer eens iets stouts uithaalt ga je subiet weer op zaal !"
Op school ging alles van een leien dakje en kon ik veel sporten. Turnen, Voetballen ! Cor Smit, een ouderejaars was captain van de VEDO-Voetbalclub en ik had een prima voetbal uitrusting : bij het uitpakken van mijn reisspullen vond ik ook – verrassend- een pakket met een complete voetbaluitrusting , een echt leren voetbal, voetbal-kousen, -scheenbeschermers, -shirt en broekje.... Door paps als verrassing bijgeplakt en een briefje "Jongkie, ga maar lekker voetballen! ". Paps z’n favoriete sport. ""Als ik zelfs nu nog echt leer ruik, komen die momenten steeds weer terug""
De eerste klas was zo volbracht, de tweede klas begon in Bandoeng goed maar verliep slecht in Soerabaja, waar ik door geelzucht een maand of wat thuis moest blijven; -dus de tweede overdoen- maar daarna ging het telkens weer overgaan als vanzelf sprekend. Ik kon veel tijd steken in toneel spelen en sporten, ontdekte heel goed te kunnen zwemmen, bracht veel tijd door in het zwembad, een paar keer per week ’s-avonds baantjes trekken van zo’n 400 meter.
In het zwembad Brantas –de stoere 16 jarige Alberti, staand naast de 2

jongetjes rechts, met een wedstrijd zwempak aan (in die tijd mocht je niet een zwembroekje aan, en de meisjes een zwemmuts op) Het wedstrijd zwemmen is toen mijn favoriete sport geworden. Na Soerabaja werd Paps gepensioneerd en gingen we in Bandoeng wonen, waar ik op de Rijks-HBS school ging. Behalve het afstand zwemmen, maakte ik ook deel uit van het kampioens-waterpolo team als verdediger mid-achter. Het team was zeer succesvol en won bij wedstrijden over de hele archipel vele bekers. Op de 100 m. vrije-slag (toen nog –borst-cawl genoemd) was ik samen met Piet Stam zo snel –enkele 100sten sec. boven de 60`- dat we in aanmerking kwamen voor uitzending naar de Olympische Spelen in 1936 in Berlijn. Stam was een fractie sneller dan ik en werd uitgezonden. Maar in Berlijn werd de 100 m. gewonnen door de Hongaar Ferenc Csik in een tijd van 57.6 sec. !Alleen onze meisjes waren succesvol; Rie Mastenbroek met 2 goud en 1 zilver, Nida Senff met 1 goud en het Ned. Dames-Estafetteteam op de 4 x 100 m. goud.
Behalve het sporten, werd de populaire 18-jarige Wim Alberti ook nog ’s gekozen tot Voorzitter van de HBS-club TEMESIAS.


In deze hoedanigheid kwam ik vaak in botsing met de directeur Gisolf vanwege volgens hem "té revolutionaire ideeën en te weinig aandacht voor culturele performances." Maar na het grote jaarlijkse schoolbal heeft hij zijn grote waardering geuit met een flinke schouderklop voor de voorzitter en het besstuur van de club.
Bij de voorbereidingen en opzet werden we bijgestaan door mevrouw Nash, aldus een grote bijdrage leverend voor het welslagen van het feest.
Voor Elck Wat Wils: Zang, Dans, Piano spel, tweevleugel uitvoering, turnen aan de ringen en het hoge rek, een éénacter, Griekse beeld-standen; de vleugels welwillend afgestaan door een oom van mij uit zijn muziek-zaak Johan Seelig.
Muziek performance:
-BLUE SKIES (Irving Berlin) MY BLUE HEAVEN (George Whiting & Walter Donaldson) -WYOMING LULLABY (Gene Williams); PIANO: -Segeduillas ; Étude Ges. Dur: Si mes vers avaient des ailes ; VLEUGELS : Lime House Blues ; Will you remember sweetheart .

De voorzitter temidden van al zijn Temesias leden.
Het eindexamen bleek ook een fluitje van een cent. DUS....op naar de (toen nog geheten) Technische Hoogeschool in Delft [nu: TU-Delft]
MAAR!!
Dat was dus afzien. Eerst oorlogje spelen dan een periode van onderwerping als galeislaaf bij die wrede niets ontziende oosterse vijand. Behalve de laatste paar maanden, toen alle nog op Java overgebleven officieren in een in redelijk goed onderhouden voormalige Gouvernementsgevangenis werden ondergebracht en waar je geen slavenwerk hoefde te verrichten maar naar hartenlust kon sporten zoals basketbal, volleybal, honkbal. . Ook verzorgden wij mannen voedsel en kleding transporten voor de nabij gelegen vrouwenkampen, ook speelgoed voor kleintjes.
En dan uiteindelijk de eigenlijke bevrijding.
Omdat ik fysiek niets mankeerde, nou ja, behalve de naweeën van een amoebe dysenterie, werd ik meteen weer in actieve dienst geplaatst (weliswaar naar mijn weten niet terecht, want elke ex-krijgsgevangene dient toch eerst de kans te krijgen weer op verhaal te komen middels een recuperatie verlof)
Eerst werd ik aangesteld als kwartiermeester beheerder op het vliegveld Tjilitan, ter voorbereiding van de opvang van de in aantocht zijnde Nederlandse oorlogsvliegers. Daarvoor had ik, nog in het kamp, het initiatief genomen en me opgeworpen als telefonisch contact officier, om de lotgenoten te helpen hun familie op te sporen. En zo was het mijzelf betreffende gelukt om contact te krijgen met Adriënne.
Onze trouwdag vond plaats op 20 december 1945, sober maar plechtig en met geleende trouwringen. De echte hebben we pas in Menado kunnen kopen, Ik gestoken in een geleend luchtmacht uniform en Adriënne gekleed in een elegant door een vriendin heel vlug gemaakt mantelpakje van kain bladjoe (dun gebleekt katoen), waar in Indonesië o.a. gebatikte sarongs van worden gemaakt.)

Kort hierop werd ik terug geplaatst bij de infanterie troepen voor de "politionele acties". En direct daarop kreeg ik de opdracht me gereed te maken voor overplaatsing naar Nieuw Guinea. Met koffers en al reeds aan boord zijnde, een paar uur vóór vertrek kwam er een telegram waarin de opdracht: "onmiddellijk debarkeren, want U bent overgeplaatst naar Menado" DAT WAS ME WAT !!! Onze complete bagage nog aan boord; pas een week of wat later kregen we die terug !! En daarna op de boot naar MENADO.
De haven daar verkeerde nog in "vernielde oorlogsstaat" waardoor we via een wankele loopplank, héél héél voorzichtig, zeker wat mijn zwangere Adriënne betrof, vanuit de sloep, op de kade terecht kwamen.
In Menado diende ik als adjudant van de overste-commandant belast met Kwartiermakerszaken en geregeld bezoeken van de Buitenposten, hetzij over land in een jeep, of op een oorlogsboot, een mijnenlegger van de Marine.
’T Was me wat daar aan boord. Tijdens de vaart, veel pokeren en bier drinken uit de voorraad verstouwd op het mijnendek ! Bij Menado had ook een verschrikkelijk incident plaats. Voor de opruiming van Japanse zeemijnen die bij Menado waren opgeslagen waren ook Japanse krijgsgevangenen (stom hè) tewerk gesteld. Op een bepaalde dag, een enorme klap, ze hadden zich met bijna alle mijnen opgeblazen ! Wat ook een nare stempel op m`n na-oorlogs leven heeft gedrukt is: a) het als mlitair lid deel moeten uitmaken van -laten we het maar noemen "Rechtbank te velde ??" , en erger nog b) het moeten optreden als commandovoerend officier van het vuurpeloton voor de executie van ter dood veroordeelde "oorlogsmisdadigers" die ik als lid van de krijgsraad de dag tevoren (toch wel met enige tegenzin) mede ter dood had moeten veroordelen; vooral de herinnering aan het noodzakelijke "genadeschot"...
een dikke straal bloed uit de slaap van de in de touwen voorover hangende geëxecuteerde...tja....Op een dag ontdekte mijn commandant dat mij tekort was gedaan door niet in de gelegenheid te zijn gesteld om ná krijgsgevangenschap eerst te recuperen. DUS....Alsnog....wegwezen....met recuperatieverlof gaan voor 6 maanden naar Nederland. Daar arriveerden we in 1948, ontvangen en onthaald als waren we zielige berooide oorlogsslachtoffers, door hulpinstanties als de RAPWI (?) en te worden voorzien van warme kleding etc. etc.
Maar na bijna zes maanden verlof, na ommekomst van de recuperatie, werd de luitenant Alberti niet terug gestuurd, omdat men een nuttiger functie voor hem, als ? junglefighter met oorlogservaring? als gevechtsinstructeur bij het IBVI (Instructie Bataljon voor Indonesië) in petto had. Nou, lollig is anders...ik had nog nooit zo’n "strondtijd" ervaren: nachtelijke oefeningen bij Harderwijk...KOU !, vieze lucht van de kippenboerderijen... Venlo...(Oerboslucht is ànders, fris, gezond, rustgevend) dat ik (toen de noodzaak om weer te worden terug gestuurd naar de Oost er niet meer was, wegens het uitroepen van de Republik Indonesia met Sukarno als president) een verzoek had ingediend voor overplaatsing naar de luchtmacht, als Infanterie-Instructeur.
Maar eerst werd ik overgeplaatst naar Rotterdam, bureauwerk, ook het organiseren van militaire hulp voor de getroffenen van de overstromingscatastrofe in Zeeland.
Toen pas werd mijn verzoek gehonoreerd en volgde plaatsing bij de luchtmacht nabij Arnhem. Een "Weekend huwelijk", we woonden immers nog in Rotterdam.
MAAR –...WAARACHTIG...- TOEN lachte het geluk mij toe ! Een keer in ARNHEM ontmoette ik een voormalig mede-cadet vaandrig de luitenant Mahler. Onze ervaringen uitwisselend:
"En waar ben jij nu geplaatst, Ed ?" "Ik ? Ik ben student in Delft " "Hoezo ? Ben je dan uit Dienst ?" "Welnee, ik zit op de HTV dat is de Hogere Technische Vorming van het leger. Defensie heeft nl grote behoefte aan ingenieurs en heeft beroepsofficieren de gelegenheid geboden om na bewijs van bekwaamheid voor een universitaire studie door het (overigens op eigen kosten) behalen van de propedeuse voor wiskunde, op kosten van defensie aan de TH-Delft te studeren met behoud van volledig salaris.
Tjonge jonge jonge...TOCH NOG EEN KANS -...nooit gedacht en toch gekregen...een kans van m’n leven !!!
Vanaf dat moment sommetjes maken en nog eens sommetjes maken, m’n wiskunde kennis weer ophalen, een schier onmogelijke klus – al ruim negen jaren van school af !!!! Als de andere officieren na de dienst in de cantine genoten van een biertje of borreltje, zwoegde Lt. Alberti in zijn kamer tot laat in de nacht om zich voor te bereiden voor een wiskunde tentamen in Delft.
Het lukte om mijn propedeuse wiskunde te halen; en ik werd toegelaten tot de HTV om in Delft te studeren voor werktuigbouwkundig ingenieur.
We zijn toen naar Den Haag verhuisd, Delistraat 26, van waaruit ik elke dag op mijn FN-brommer, met een dikke tas boeken op de bagagedrager gebonden, ook in herfst- en wintertijd, sneeuw- en hagelbuien onderweg trotserend op en neer reed naar de TH-Delft. Thuis voor het raam aan m’n bureautje zittend de opdrachten en scripties uitwerkend en uit-typend op een typemachientje (nog steeds in m’n bezit) en de kinderen in de vroege avonduren toelatend bij papa op schoot en op de schouder te zitten, en een pracht van een echtgenote, eerzuchtig, het huishouden met strenge hand bestierend en mij aansporen, aan zijn zijde, kon ik, afgestudeerd in de Tribologie (
leer en techniek betreffende de wrijvings- en slijtageverschijnselen van loopvlakken), op 24 juni 1958 Ir. voor m’n naam voeren, Kapitein Ir. W.P.A. Alberti !!!!Als gebrevetteerd "Technische Staf officier" heb ik eerst gediend bij de Genie en ben tenslotte commandant geworden van de "Materieel Beproeving Afdeling = MBA II" , welk onderdeel tot taak had om vóórdat defensie nieuwe voertuigen (trucks, gevechtstanks e.a. gevechts-oorlogstuig) ging aanschaffen eerst een "vergelijkende beproeving" noodzakelijk werd geacht.
Het devies van MBA2: BONVM ELIGERE (Kies het Goede), met het door mij ontworpen embleem. Daarbij was het meest spectaculair de vergelijkende beproeving van de "CHIEFTAIN " versus de Duitse "LEOPARD " TANKS. Van lieverlede werd de omvang van het te beproeven materieel echter zodanig dat stationering in een kazerne midden in Den Haag niet meer te handhaven was.

Ik kreeg toen de opdracht "elders in Nederland" een geschikte locatie te zoeken. En dat is dan HUIJBERGEN geworden, in een voormalig mobilisatie-opslag complex voor militaire goederen, dat echter voor de nieuwe bestemming wel uitgebreid moest worden verbouwd.
Als commandant, in de rang van kolonel Ir. , heb ik daar mijn laatste jaren gediend, zeer vereerd door het (inspectie-) bezoek van de Inspecteur Generaal, Z.K.H. Prins Bernhard, die mij namens H.M de Koningin persoonlijk de Versierselen van de Orde van Oranje Nassau met de zwaarden opspeldde en benoemde tot Officier ON4.

en de felicitaties voor familie, alsmede de door ons aan Z.K.H. aangeboden uitgebreide rijstmaaltijd, één van Zijn favoriete gerechten, waarvan Z.K.H smullend had genoten.
Daarvóór een uitgebreide "inspectie" van het bedrijf door de Prins, waarbij we met trots de
UNIVERSELE DYNAMOMETER BANK (UDB) , een door mij uitgedacht en ontworpen, vele miljoenen kostende meetopstelling voor duurproeven van allerlei soorten voertuigen en motoren.

Daarvóór werden "duurproeven met voertuigen" uitgevoerd door met een hele colonne en veel personeel heel Europa, gedurende vele maanden af te rijden –door het personeel genoemd "onze militaire voertuig Tour de France" - maar met magere meetresultaten!
Een demonstratie van de eerste in Nederland door het TNO ontwikkelde door ons in gebruik genomen Elektronische snelheids meter , waarmede acceleratie, vermogen en snelheid van des Prinsen Jaguar, die speciaal voor de gelegenheid over de weg naar de MBA2 was getransporteerd, werd gemeten, de uitgesproken "snelle bolides minnende"eigenaar in verrukking brengend. Dat we ook militaire uitrusting en kleding aan een diepgaande beproeving onderwierpen, o.a. slipjes van de MILVA (Mil. Vrouwen Afdeling) werd wel aangeroerd, maar niet gedemonstreerd ha ha ha grapje !!
Op 1 juni 1974 , 55 jaren oud, was mijn militaire carrière ten einde met een Eervol Ontslag uit H.M Dienst, besloten met een fantastische afscheidsreceptie , en kon ik mijn geliefde Klewang (= het standaard slagwapen bij het KNIL , waar mijn militaire tijd begon) zo gezegd
aan de wilgenhangen
Afscheidsreceptie
En het einde van een veelbewogen en glorieus militair beroep
Ik ben daarna als "Burger", Directeur-Enige Vennoot van mijn CAPES B.V. (Computer Aided Project Engineering Services) bij diverse grote bedrijven tewerk geweest als adviseur voor Quality Assurance zaken de productie betreffende, heb vele congressen in het buitenland bijgewoond (Frankrijk, Duitsland, Engeland, Italië, Spanje, Portugal, Noorwegen, Zweden, Finland, Amerika, Griekenland, na Directeur geweest te zijn van de KDI (KwaliteitsDienst voor de Industrie) in Rotterdam, slechts voor één jaar, ondanks het leuke interessante werk, doordat ik in conflict kwam met het bestuur omdat zij de Oud-Directeur alsmaar handhaafden op kantoor z.g. als adviseur, comfortabel in de directeurskamer zetelend en van daaruit slinks dacht de zaak te kunnen besturen en de in een zijkamertje neergepoote Directeur KDI te kunnen overvleugelen. Aju ! Bekijk het maar ! Geen ramp, want dat elke dag op en neer rijden naar Rotterdam begon me ook zo zoetjes aan de keel uit te hangen.
In HUIJBERGEN hebben we best wel een goed leventje gehad. Eind zestiger jaren zijn we daar gaan wonen. Omdat dat kleine grensdorpje geen huurhuizen had, hebben we een bungalow laten bouwen Waterdrieblad 2 in die tijd het grootste woonhuis in het dorp, meer een landhuis, grotendeels door mij zelf architectonisch ontworpen qua opzet.

Gelijkvloers een grote livingroom, compleet met open haard en annex een open keuken, twee grote slaapkamers met aangrenzende douche, bad en sanitaire voorzieningen, op de verdieping, bereikbaar via een open draaitrap, drie slaapkamers met eigen sanitair en bergzolder. In de grote tuin een apart staande grote garage, hobby ruimte.
Het kerstboompje links op de foto, in front van de woning is
in de loop der jaren flink uitgegroeid tot wel zo’n 8 m. hoog en werd elk jaar
rijkelijk geïllumineerd, de grootste kerstboom van het dorp:
En buiten werd ná 31 December (Adriënne’s verjaardag) om 00:00 uur het nieuwe jaar ingeluid met enorm veel knalvuurwerk (Chinese rèntèngans), vuurpijlen, knalpotten etc., waar de jongens zich mee bezig hielden en ook het toegestroomde dorpspubliek vermaakten, terwijl de kleintjes en de vrouwen veilig achter de grote voorruit zittend, met open mond en wijd opengesperde ogen met vele "OOOH’s en AAAH’s "
genoten van de vuur- en sterrenpotten:
|
|
Tevoren was Willem Adriaan, 2de zoon, op jongeleeftijd getrouwd met de Brabantse Adriana (Addy) Hoeckx, Opa van Xam Alberti, zich opgeworpen als oliebollen-bakker voor zo’n 200 stuks (elk jaar weer!) bakkend in de hobbyschuur om oliegeur binnenshuis te mijden. |
We werden van lieverlede zo goed mogelijk "echt Brabants". Ook het Carnaval werd uitgebreid door ons gevierd; Toen nog baas van MBA2 al, heb ik de plaatselijk carnavalswagens bouwclub van de plaatselijke vereniging een flink gedeelte van een van de loodsen ter beschikking gesteld voor de bouw en op
het bedrijf werd strijk en zet ook een avond gereserveerd om carnaval te vieren.

Vanuit Waterdrieblad 2, niet ver van het bos gelegen, ging ik elke dag een flinke tijd met de honden, BRENDA (Duitse rasherder) en NIKKY (grote kruising herders-dog) in het bos ravotten en ’s-Winters in de sneeuw.
Rust op de met een wollen kleed beschermde bank, na een uur Ravotten.

Spiraaltrap OP en spiraaltrap AF
En dan mijn
WIJNMAKERIJ. Één plantje RODE REMBRANDT druiven groeide in de loop der jaren uit tot een welig druivendak boven een flink gedeelte van het verpozingsterras in de achtertuin.

Op hoogtij dagen was het bij ons altijd flink feesten met de hele familie en erg veel vrienden. Verjaardagen, thuis of in een restaurant, onze bijzondere huwelijksdagen met uitschieters. Kadootje van de kinderen: de voorstelling Miss Saigon en een vorstelijk verblijf in het Kurhaus Hotel alwaar ook de feestelijke receptie werd gehouden, ons 35 JARIGE HUWELIJKSVIERING, 20 December 1980.

Dan 5 jaar later, 20 December 1985

En tien jaar verder GOUD ! 20 December 1995, viering in het (wat ons betreft 5-sterren) restaurant van de door ons voor de gelegenheid in z’n geheel afgehuurde manege De Wolfshoek in Huijbergen,

waar we onvermoeid, in omhelzing elkaar fysiek steunend, de vele vele vele speeches aanhoorden en genoten van de vele vele vele optredens.
We woonden sinds begin 1994 niet meer in Huijbergen. In ’92 al, uitte Adriënne haar angst "Jong, ik ben echt bang om in dit grote huis alleen achter te blijven als jij eerder gaat; al die rompslomp kunnen we niet beter naar een kleiner huis verhuizen, een huurhuis ?"" etc.
We hebben toen maar het huis verkocht, eerst nog in een huurappartement in de binnenstad van Bergen op Zoom gewoond om tenslotte begin ’94 het net gereed gekomen Penthouse Ansjovislaan 18 op de Bergse Plaat te kunnen betrekken, waar IK dacht tot onze allerlaatste ouderdag tezamen te kunnen genieten van het goede dat ons nog ten deel zou kunnen vallen. Helaas verliep het anders, slechts voor vier jaartjes
Een pracht van een bewoning, drie terrassen, één voor de zitkamer, één voor de slaapkamer, front naar het Noorden, en een over de hele breedte van het huis (12 m.) zich uitstrekkend terras, 3
1/2 m. wijd, achter op het Zuiden, compleet met tuinzitjes, een uitdraaibaar zonnescherm, en bezet met vele dennenboompjes, plantjes, bloemen en (honden-)beeldjes hobbyistisch aangebracht en onderhouden door Adriënne. Vooral het achterterras, ideaal om je te verpozen, wat mij betreft, te zonnebaden, en met familie en vrienden op gezette tijden te barbecueën.Een prachtig uitzicht op "het water", altijd bevolkt door allerlei soorten watervogels, bezocht door windsurfers, een gezellige boulevard, dichtbij gelegen middenstand, kruidenier, slijterij, drogist, apotheek, boekwinkel, kledingzaak/sportwinkel, keurslager, kapperszaak, reisbureautje, eethuisjes, plant- en bloemenzaak "Adriënne"! etc.
[[Alleen, -wat ik mij pas ten volle realiseerde op de 16de mei ’98- een té krap bemeten lift, slechts ruimte biedend aan 4 personen, een verschrikking voor het transport van een–noodzakelijkerwijs- op een brancard vastgebonden- stoffelijk overschot; in andere gevallen – ook reeds voorgedaan- moe(s)t voor het "takelwerk" de brandweer worden ingeschakeld.]]
Het huiselijke terrasleven had vele en altijd gezellige, geanimeerde momenten:
Uitzicht op "Het Meer" met windsurfers en zwanen en vele soorten watervogels

De terrassen In de zomer

De terrassen in de winter na zware sneeuwval
En het grote achterterras

Om haar dagboek bij te werken en in de vooravond te relaxen

Na overdag heerlijk te hebben gebarbecued en dan..
Ná die overzonnige zaterdagmiddag 16 mei 1998 de finale van ons huwelijksgeluk

Een volgende fase van mijn leven - solitair
In feite, weliswaar pas na een jaar of wat in hoge mate, in een toestand geraken van, toch wel – moet ik erkennen – noodzakelijke onderwerping aan medische zorg om de biologische Behuizing van mijn nog steeds heldere geest in goede orde en conditie te houden, en dat, als gevolg van een liederlijk domme verwaarlozing van van mijn fysieke gestel: weinig slapen, weinig eten (elke dag boerensoepgroenten met rijst), (on)behoorlijk zo'n 3 - 4 flessen triple Trapist en in de avond 4 tot 5 borreltjes jonge jenever .
Thuiszorg; eerst door Thuiszorg West Brabant (waarbij en daarna met een PGB door VEDI, Thuiszorg op maat B.V. ; en vanaf mei 2007 door Stichting VEDI ZORG, onder auspiciën van de Stichting Tante Louise, (die alleen de naam VEDI, de PGB-klanten en verzorgenden voor veel geld heeft opgekocht; die B.V. betsaat nl nog steeds) en sindsdien ging het met de ingekochte Thuiszorg
zienderogen bergafwaarts. Ik betaalde voor citroenen, en kreeg knollen toegeworpen.
Nooit tevoren heb ik in zo’n korte tijd zoveel vrouwspersonen (verzorgenden) over de vloer gehad om zich mijner te ontfermen De lady’s van thuiszorg West Brabant:

Met een vervolg naar de volgende fase
waar THUISZORG in al haar vormen de hoofdtoon voert